Jan V van Arckel, die in 1464 op de bisschopsstoel van Luik gepiloteerd was door zijn adellijke vrienden en families, was ook niet populair bij het Luikse volk. Waarom zou hij dat ook zijn? Hij die stinkend rijk was, had niets op met het gewone volk. De half geestelijke, half wereldlijke leider, dus niets van beiden, had enkel oog voor zijn eigen machtsspelletjes. Het volk van Luik sloeg aan het muiten en klaagde hem aan voor de Hoge Rechtbank. Het hielp niet veel, want de lafaard vluchtte naar Maastricht, waar hij in zekere zin de baas was over de helft van de stad.Ondertussen had het dorp St.Pieter, waar slechts een handvol huizen stonden te maken met agressieve vechtersbazen uit Hoei. Zij plunderden het dorp en brandden het tot de laatste steen af. De Luikse ruzie werd op 13 juni 1376 te Caestert beslecht. De uitkomst was dat de bisschop en de hoge geestelijkheid niet meer voor de Hoge Rechtbank gedaagd konden worden. Wilt u nog parallelen met het heden?

In 1379 konden we de eerste tekenen van ” democratie” in Maastricht bespeuren. Vanaf dat jaar zouden de burgemeesters van Luikse en Brabantse kant door de ingezetenen van deze beide nationaliteiten gekozen worden. Aan elke zijde kwamen een burgemeester en vier raadsleden te staan. In 1382 werd de stad getrakteerd op een sterke aardbeving, waarna ook nog de pest uitbrak ten gevolge van de slechte hygiënische omstandigheden. Duizenden inwoners zouden het slachtoffer worden. Drie jaar later was het in de zomer maanden aan een stuk droog, het regende niet, het koren verbrandde op het veld, en er was te weinig voedsel. In dat zelfde jaar rammelde de aarde weer, waardoor huizen en kerktorens instortten. In 1393 was de Maas zo hoog als nooit tevoren, en in juni van dat jaar viel de toren van de St.Jan door de stormwind naar beneden. Drie jaar later verdronken vele Maastrichtenaren door het hoge Maaswater. In 1399 viel er zoveel sneeuw dat de daken van huizen en schuren instortten, waarna de daarop volgende dooi de mensen uit Maastricht naar hun zolders joeg.

Een bijzonder spektakel kon men te Maastricht in 1399 waarnemen. Er waren z.g. flagellateurs de stad binnengedrongen die een bijzondere hobby hadden. Zoals nu mensen zich verminken met tattoos en oud ijzer, geselden deze personen zich en plein public. Deze sekte was in 1260 in het Franse Perouse ontstaan, en beweerde dat geseling heilzaam was voor de vergeving van de begane zonden. Ja, zelfs beter dan de biecht en het martelaarschap. Ook wilden ze dat het doopsel met water vervangen zou worden door een doopsel met bloed, zonder welk niemand zalig kon worden. De mafketels stierven langzaam uit, maar zouden op andere plekken in de wereld wortel schieten, zoals het geloof voor allerlei verschrikkingen verantwoordelijk was en is. Ook in 1401 kreeg Maastricht te maken met de pest, en vijf jaar later grepen “die van Hoei, Hasselt, Tongeren en die van Luik”, zoals er te lezen viel, weer terug naar hun favoriete bezigheid, het belegeren van Maastricht. Dat deden ze omdat ze tegen de bisschop van Luik waren, die Maastricht voor de helft in zijn binnenzak had.

Ze moesten echter in januari hun beleg opgeven vanwege de felle koude. Snelle denkers uit het Maastrichtse bestuur besloten een jaar later dat men het dorp St.Pieter maar beter in brand kon steken als de Luikenaren weer zouden opduiken. Een “lumineus” idee, men had dan een beter uitzicht. In 1408 hadden de Maastrichtenaren genoeg van het gepeupel uit het Luikse land. Ze trokken met een strafexpeditie naar het naburige Wonck, vermoordden en verbrandden daar mannen, vrouwen en kinderen, en trokken verder naar de dorpen Meslin, Nivell, Nederem en Tongeren waar hetzelfde gebeurde. De bisschop van Luik liet dit niet over zijn kant gaan, en belegerde vervolgens Maastricht opnieuw. Hij moest het beleg al snel opgeven omdat er te weinig mondvoorraad was voor zijn ongeregeld zootje dat legertje genoemd wilde worden. In mei 1409 volgde een volgende belegering door volk uit Luik, Hoei en Dinant. Nu met een nieuwe tactiek. Een aantal van hun verborg zich langs de wegen om reizenden te beroven en ervoor te zorgen dat niemand de stad Maastricht kon bereiken.Een uitval in november van de Maastrichtenaren zorgde voor heel wat ellende. Ze vermoordden iedereen die ze te pakken konden krijgen, en roofden er op los. De vijand werd zo gedwongen om de omgeving van Maastricht te verlaten. De pisnijdige Luikse bisschop liet voor straf alle vaandels van zijn troepen op de markt van Luik in de fik steken, omdat zijn mannen zich zo kwalijk van hun taak hadden gekweten. In 1410 zorgde een veldmuizenplaag ervoor dat alle vruchten op het land vernietigd werden. Zo kon hij wel weer.

Wordt vervolgd door nog meer zwaar proza. Dit is een extra waarschuwing voor de gevoeligen onder ons.

Sint Pieter getekend in 1669